Hoe ik mijn depressie overwon.

Op het einde van mijn middelbare schooltijd heb ik een periode gekend van grote somberheid en neerslachtigheid. Mijn denken was negatief gekleurd en er waren zelfs momenten waarop ik er liever niet meer wilde zijn. Toen ik psychologie ging studeren en mij ook begon te verdiepen in meditatie, betekende dat voor mij een keerpunt. Op dit moment ben ik lichamelijk ziek en heb ik toch veel meer mentale  veerkracht dan in mijn ‘donkere’ periode.

Volgende inzichten hebben me geholpen om mijn ware zelf terug te vinden en weer meer plezier in het leven te scheppen:

  1. Ik val niet samen met mijn gedachten.

In de westerse maatschappij wordt veel macht toegekend aan het denken. Met de uitspraak ‘je pense donc je suis’ zette Descartes hiervoor de toon en werd de ratio op een voetstuk geplaatst. Voor mij was het verhelderend in te zien dat de mogelijkheid bestaat om je eigen gedachten te aanschouwen als wolken die voorbij drijven aan de hemel. Als je aandacht geeft aan je denkproces zonder meegesleurd te worden door de inhoud van gedachten, ontstaat er ruimte. Hierdoor ontstaat de keuze om jouw gedrag niet te laten bepalen door bepaalde gedachten. Hierdoor ontstaat de mogelijkheid om van denken naar voelen te gaan, van doen naar zijn.

2. Het is mogelijk om van frustratie naar appreciatie te evolueren.

Tijdens mijn eerste retraite van 10 dagen was ik in het begin nog zo in gedachten verzonken dat ik alleen maar kon zien wat er allemaal niet goed was en wat er allemaal niet aanwezig was. Ik was gefrustreerd omdat ik de buitenruimte te klein vond, de eetzaal niet gezellig genoeg, omdat er telkens iemand anders onder de douche stond op het moment dat ik wou douchen, omdat ik chocolade miste,… Toen ik in de loop van de retraite meer innerlijke rust vond en het denken zijn grip op mij verloor, begon ik plots oog te hebben voor al het mooie om me heen: de prachtig gekleurde vlinders, de sprinkhanen die vele malen hun eigen lichaamslengte sprongen, de statige bomen, de heerlijk geurende bloemen, de rijke smaken van het eten,… Al deze dingen waren voordien ook aanwezig geweest, maar doordat ik zo opgenomen was geweest in mijn denken, had ik de schoonheid ervan niet opgemerkt. In de loop van de retraite kon ik het ten volle appreciëren en voelde ik me dankbaar.

3. De kracht van liefde maakt je ontvankelijk voor het positieve.

Toen ik voor het eerst ‘metta’ (liefdevolle vriendelijkheid) beoefende ging er een nieuwe wereld voor me open. Me verbinden met mijn hart en vriendelijke wensen naar mezelf en anderen sturen, openden mijn hart opnieuw voor de wereld waarvan ik afgesneden was geweest door negativisme. In plaats van me blind te staren op mijn gebreken, begon ik mijn positieve eigenschappen opnieuw te waarderen. In plaats van enkel het geweld en de onrechtvaardigheid in de wereld op te merken en me daar machteloos over te voelen, kreeg ik meer oog voor al die mensen die zich met hart en ziel inzetten voor een betere wereld, voor de vele initiatieven die genomen worden om van deze wereld een plaats te maken waar iedereen zich thuis voelt. Ik leerde dat je een keuze hebt, dat je je zowel bij jezelf als bij anderen kan richten op het positieve. Ik leerde ook dat het ok is om respectvol grenzen te stellen aan negatief gedrag van anderen.

4. Aanvaarden van ‘negatieve’ emoties brengt innerlijke rust.

Ik was vroeger erg veroordelend voor mijn gevoelens van kwaadheid, angst, onzekerheid, schaamte,… Via meditatie kwam ik het kritische stemmetje op het spoor dat zei: ‘Je hebt het recht niet om je daarover kwaad te voelen’, ‘je moet toch niet bang zijn voor zo’n peulenschil’, ‘ben je dààr nu onzeker over?’,… Door mijn gevoelens op die manier te bekritiseren, namen zij echter soms grote proporties aan. Omdat ik ze als de vijand beschouwde, verstevigden ze hun wapenuitrusting. Op het moment dat ik mijn weerstand liet varen, merkte ik hoe deze emoties konden verschijnen en verdwijnen zonder me te overweldigen. Natuurlijk zijn er nu soms nog momenten waarop ik overweldigd word door een bepaalde emotie, maar steeds weer merk ik dat vechten tegen een emotie enkel meer ongemak en onrust brengt. Telkens weer merk ik dat ruimte geven aan de emotie via meditatie zorgt voor aanvaarding en voor mededogen met mijn kwaadheid, angst, onzekerheid, schaamte,… Deze gevoelens mogen er zijn zonder dat ze mijn gedrag hoeven te bepalen, zonder dat ik er volledig in verdrink.

5. Het leven is een aaneenschakeling van aangename en minder aangename momenten.

Het heeft geen zin steeds te streven naar het aangename en het onaangename te vermijden. Ook moeilijke momenten horen bij het leven. Ik had vroeger de neiging om het moeilijke in mijn leven te dramatiseren of om afleiding te zoeken. Het boeddhistische verhaal van de modder en de lotus leerde me om ook de modder te aanvaarden en zo de lotusbloem optimale groeikansen te geven. Zonder modder (het moeilijke, het onaangename) kan de lotusbloem (het aangename) niet bloeien. In de duisternis schuilt de kiem van het licht, in angst de kiem van vertrouwen, in kwaadheid de kiem van vrede, …

Met dank aan alle spirituele leraren en leraressen op mijn pad.

Advertenties

Chronisch ziek: de mythes ontkracht

Mensen die chronisch ziek zijn, krijgen helaas nog vaak met onbegrip te maken. Dit komt omdat bepaalde mythes in stand gehouden worden die veroordelend zijn.

Mythe 1: Iemand die een leuk uitstapje kan maken, is niet ziek en kan dus ook gaan werken.
Het grote probleem bij chronisch zieken is dat ze ofwel door chronische pijn of door vermoeidheid of een combinatie van beide veel minder stressbestendig zijn dan hun gezonde medemensen. Bovendien liggen hun grenzen veel lager op veel gebieden: zo zijn ze veel sneller uitgeput na een matige inspanning, hebben ze vaak moeite met concentratie, met naar een computerscherm kijken, met drukte,…
Zelf werk ik om al die redenen maar een beperkt aantal uren per week in mijn praktijk. En ja, op dagen dat de pijn draaglijk is, kan ik wel eens een leuk uitstapje maken. In het begin van mijn ziekteperiode durfde ik dit niet omdat ik me er ontzettend schuldig over voelde niet meer te kunnen werken en wel iets ontspannends (mét pijn weliswaar) te kunnen doen. Ondertussen heb ik geleerd me niet meer te bekommeren om oordelen van anderen en mezelf ook leuke dingen te gunnen. Dat is broodnodig om een goede levenskwaliteit te hebben ondanks ziekte. Het vraagt veel om tegen vooroordelen op te boksen en je er niet door te laten beperken.

Mythe 2: Gezondheid is maakbaar. Als je maar op je voeding let, voldoende beweegt en aan jezelf werkt, dan word je niet ziek.
Er is een tendens merkbaar in de maatschappij die zieken met de vinger wijst en ons wil doen geloven dat we onze gezondheid volledig zelf in de hand hebben, dat we er alles aan kunnen en moeten doen om te voorkomen dat we ziek worden. Toch is het een realiteit dat ook mensen die gezond leven, ziek kunnen worden. En sommige mensen die ongezond leven, worden nooit ziek. Ik ga niet ontkennen dat een gezonde levensstijl de kans op bepaalde ziektes kan verminderen, maar soms slaat het noodlot nu eenmaal toe. Laat ons ook niet vergeten dat de toename van fijn stof, de blootstelling aan straling,… ook allemaal factoren zijn die een chronische ziekte in de hand kunnen werken.
Deze mythe zorgt voor veroordeling van zieken. Men ziet de ziekte als een gevolg van een ongezonde levensstijl en verkeerde keuzes. Dat is voor iemand die ziek is, heel pijnlijk. Ook hier spreek ik helaas uit ervaring. Het is zelfs zo dat ik lange tijd gezocht heb naar wat ik allemaal verkeerd had gedaan om zoveel pijn te moeten lijden. Het heeft me heel wat uren bij een therapeute gekost om opnieuw een positief zelfbeeld op te bouwen en te beseffen dat ik ook mét ziekte nog steeds veel waard ben en iets kan betekenen voor de maatschappij.

Mythe 3: Emotionele en geestelijke groei gaan hand in hand met een verbeterde gezondheidstoestand.
Vooral mensen die een chronische ziekte hebben waarvoor geen adequate behandeling bestaat of die geen sluitende diagnose krijgen, krijgen vaak te maken met dit vooroordeel. Ik heb zelf ook lange tijd gedacht dat ik wel zou genezen als ik een leven zou leiden dat echt bij me paste, als ik maar genoeg groeiprocessen doormaakte,… Ik weet ondertussen dat dit niet zo is. Zo heb ik zelf geleerd af en toe nee te zeggen, heb ik geleerd om gehoor te geven aan mijn eigen behoeften, deze op de eerste plaats te stellen en dan pas te zorgen voor anderen, heb ik geleerd mijn hart te volgen eerder dan te willen voldoen aan de verwachtingen van anderen, heb ik geleerd moed te tonen ondanks angst,… Deze lessen hebben gezorgd voor emotionele en geestelijke groei terwijl mijn gezondheidstoestand erop achteruit blijft gaan…
De beroemde psychiater Elisabeth Kübler-Ross schreef over de terminale patiënten die ze begeleidde het volgende in haar biografie: ‘Mijn doodzieke patiënten werden nooit beter in de fysieke betekenis, maar in emotioneel en geestelijk opzicht ging het met allemaal wél beter. In feite voelden zij zich emotioneel en geestelijk veel beter dan de meeste gezonde mensen.’
Mythe 4: Wanneer je chronisch ziek bent en je houdt je aan je dieet/ je gaat niet over je grenzen/… dan krijg je geen opstoten meer, heb je een stabiel niveau van functioneren.
Hoewel het uiteraard helpend is je voeding aan te passen, je grenzen te respecteren (die veel lager liggen dan bij gezonde mensen) en binnen jouw grenzen aan beweging te doen, de natuur regelmatig op te zoeken,… hoewel dit alles ervoor zorgt dat je een redelijke levenskwaliteit behoudt ondanks je ziekte, kan je er geen opstoot mee voorkomen. Opstoten en progressie van een chronische ziekte, zijn vaak onvoorspelbaar.
Deze mythe hangt samen met de mythe over de maakbaarheid van gezondheid. Ook de progressie van een ziekte heb je niet in de hand. In sommige periodes waarin de ziekte heftig toeslaat, kan een zieke best gewoon aanvaarden dat alles op nog een lager pitje staat en afwachten hoe het evolueert. Zorg en steun van anderen zijn in zo’n periodes onontbeerlijk.
Bij elke opstoot die ik vroeger kreeg vroeg ik me af ‘ben ik over mijn grenzen gegaan? Heb ik iets gegeten waarvoor ik intolerant ben? Had ik meer yoga (een milde vorm waarbij ik rekening houd met mijn grenzen) moeten doen?’ Dit zorgde telkens bovenop de hevige pijn ook voor schuldgevoelens en schaamte. Nu aanvaard ik het wanneer ik een opstoot heb en probeer mezelf geen verwijten te maken maar mezelf troostend toe te spreken. Ik laat even alles liggen en neem voldoende rust voor ik weer naar een stabiel niveau van functioneren kan gaan binnen mijn lichamelijke grenzen.

Mythe 5: Als je in het zwart kan werken, ben je niet echt ziek.
Voor het weerleggen van deze mythe verwijs ik graag naar volgende link: http://www.dewereldmorgen.be/blog/sarahbraekman/2016/05/19/langdurig-zieken-betrapt-of-eindelijk-gezien 

Je kan ook mijn reactie lezen op het artikel van Sarah Braekman.

Laat ons aub stoppen deze mythes in stand te houden en zieke mensen ter verantwoording te roepen. Laat ons hen begeleiden naar een leven met een goede levenskwaliteit waar bijvoorbeeld ook plaats is voor aangepast werk (op het juiste niveau) binnen de grenzen van het haalbare. Chronisch zieken willen, net als iedereen, een volwaardig lid zijn van de maatschappij en kunnen op hun manier een meerwaarde betekenen voor de samenleving (zij het vaak geen economische). Voor psychiater Elisabeth Kübler-Ross waren haar terminale patiënten en aidspatiënten haar grootste leermeesters. Als ze niet vanuit haar hart naar hen had geluisterd, dan had ze nooit de fasen van rouwverwerking kunnen beschrijven en zou ze zich niet met hart en ziel hebben ingezet voor meer menselijkheid in de psychiatrie en in ziekenhuizen.
Sommige chronisch zieken staan anders in het leven en kunnen ons leren te genieten van de kleine dingen, tevreden te zijn met weinig. Ze kunnen ons leren ons niet druk te maken over onbenulligheden. Ze kunnen ons leren dat het met minder ook kan en dat liefde en zorgen voor elkaar het hoogste goed is. Als je je maar voor hen openstelt, hen niet veroordeelt en soms gewoon aanwezig bent…