Ubuntu en mindfulness

In Filosofiemagazine (januari 2018) las ik een interessant artikel over Ubuntu. Het woord ‘ubuntu’ is een belangrijk concept in de Afrikaanse traditie. Nelson Mandela, een man die ik bewonder, verwoordde het als ‘het diepe Afrikaanse besef dat we slechts mens zijn via de humaniteit van andere mensen.’ Hij zei erbij: “het Westen kan er nog flink wat van leren”. En ik geloof dat dat waar is.

Mogobe Ramose, hoogleraar filosofie aan de Universiteit van Zuid-Afrika in Pretoria, schreef er een boek over. Vanuit ubuntu is het bestaan een voortdurende stroom waarin alles steeds een balans zoekt. En waarin je pas werkelijk mens wordt door de verbindingen met de mensen om je heen. Typisch voor ubuntu is: door open te staan voor anderen is het mogelijk samen tot verandering te komen.

Het besef van een fundamentele medemenselijkheid, eigen aan ubuntu, vind ik ook terug in de mindfulness-traditie (die wortels heeft in het boeddhisme). In de woorden van Ramose klinkt het als: ‘Mens zijn is je menselijkheid bevestigen door de menselijkheid van anderen te erkennen en op grond daarvan menselijke relaties met anderen aangaan.’ In de mindfulness-traditie wordt gesproken over gedeelde menselijkheid. Het komt op hetzelfde neer: het gaat erom te erkennen dat de ander, net als jij, af en toe bang is, boos, verdrietig, blij, enthousiast, onzeker, euforisch, wanhopig,… is. Als je op grond van die gedeelde menselijkheid relaties aangaat met anderen, schep je ruimte voor gelijkwaardigheid en verbondenheid.

Het woord ‘compassie’ uit het boeddhisme sluit daar mooi op aan. Compassie wil niet zeggen ‘medelijden’, maar wel ‘mededogen’. Vanuit het besef van een gedeelde menselijkheid ontstaat mededogen met de ander. Phema Chödrön, een boeddhistische non, verwoordt het heel mooi: “Compassie is niet een relatie tussen genezer en gewonde. Het is een relatie tussen gelijken. Pas als we onze eigen duisternis goed kennen, kunnen we er zijn in de duisternis van de ander.”

Om terug te komen op ubuntu: in deze traditie staat de mens in levendige verbinding met zijn omgeving, de natuur en de kosmos. Volgens ubuntu zijn individu en collectief twee handen op één buik. Door als individu de connectie aan te gaan met je omgeving wordt je eigen identiteit bevestigd en bekrachtigd. Gesprekken, ervaringen en uitwisseling van gedachten zijn wat ons vormt. Om die reden zijn anderen cruciaal voor onze persoonlijkheid. En met onze persoonlijkheid begeven we ons weer in de gemeenschap. Individu en collectief zijn dus interactief, tot in de kern met elkaar verbonden.

Ik lees er ook in dat persoonlijke groei en maatschappijverandering hand in hand gaan. Het ene kan niet zonder het andere; al vraag ik me af of er eigenlijk wel sprake is van persoonlijke groei in ubuntu. Misschien is het woord ‘groei’, zowel op persoonlijk als op economisch vlak, wel een typisch westerse gedachte. Om er meer over te weten te komen, staat het boek ‘Ubuntu’ alvast op mijn verlanglijstje.

 

Advertenties

Chronisch ziek: de mythes ontkracht

Mensen die chronisch ziek zijn, krijgen helaas nog vaak met onbegrip te maken. Dit komt omdat bepaalde mythes in stand gehouden worden die veroordelend zijn.

Mythe 1: Iemand die een leuk uitstapje kan maken, is niet ziek en kan dus ook gaan werken.
Het grote probleem bij chronisch zieken is dat ze ofwel door chronische pijn of door vermoeidheid of een combinatie van beide veel minder stressbestendig zijn dan hun gezonde medemensen. Bovendien liggen hun grenzen veel lager op veel gebieden: zo zijn ze veel sneller uitgeput na een matige inspanning, hebben ze vaak moeite met concentratie, met naar een computerscherm kijken, met drukte,…
Zelf werk ik om al die redenen maar een beperkt aantal uren per week in mijn praktijk. En ja, op dagen dat de pijn draaglijk is, kan ik wel eens een leuk uitstapje maken. In het begin van mijn ziekteperiode durfde ik dit niet omdat ik me er ontzettend schuldig over voelde niet meer te kunnen werken en wel iets ontspannends (mét pijn weliswaar) te kunnen doen. Ondertussen heb ik geleerd me niet meer te bekommeren om oordelen van anderen en mezelf ook leuke dingen te gunnen. Dat is broodnodig om een goede levenskwaliteit te hebben ondanks ziekte. Het vraagt veel om tegen vooroordelen op te boksen en je er niet door te laten beperken.

Mythe 2: Gezondheid is maakbaar. Als je maar op je voeding let, voldoende beweegt en aan jezelf werkt, dan word je niet ziek.
Er is een tendens merkbaar in de maatschappij die zieken met de vinger wijst en ons wil doen geloven dat we onze gezondheid volledig zelf in de hand hebben, dat we er alles aan kunnen en moeten doen om te voorkomen dat we ziek worden. Toch is het een realiteit dat ook mensen die gezond leven, ziek kunnen worden. En sommige mensen die ongezond leven, worden nooit ziek. Ik ga niet ontkennen dat een gezonde levensstijl de kans op bepaalde ziektes kan verminderen, maar soms slaat het noodlot nu eenmaal toe. Laat ons ook niet vergeten dat de toename van fijn stof, de blootstelling aan straling,… ook allemaal factoren zijn die een chronische ziekte in de hand kunnen werken.
Deze mythe zorgt voor veroordeling van zieken. Men ziet de ziekte als een gevolg van een ongezonde levensstijl en verkeerde keuzes. Dat is voor iemand die ziek is, heel pijnlijk. Ook hier spreek ik helaas uit ervaring. Het is zelfs zo dat ik lange tijd gezocht heb naar wat ik allemaal verkeerd had gedaan om zoveel pijn te moeten lijden. Het heeft me heel wat uren bij een therapeute gekost om opnieuw een positief zelfbeeld op te bouwen en te beseffen dat ik ook mét ziekte nog steeds veel waard ben en iets kan betekenen voor de maatschappij.

Mythe 3: Emotionele en geestelijke groei gaan hand in hand met een verbeterde gezondheidstoestand.
Vooral mensen die een chronische ziekte hebben waarvoor geen adequate behandeling bestaat of die geen sluitende diagnose krijgen, krijgen vaak te maken met dit vooroordeel. Ik heb zelf ook lange tijd gedacht dat ik wel zou genezen als ik een leven zou leiden dat echt bij me paste, als ik maar genoeg groeiprocessen doormaakte,… Ik weet ondertussen dat dit niet zo is. Zo heb ik zelf geleerd af en toe nee te zeggen, heb ik geleerd om gehoor te geven aan mijn eigen behoeften, deze op de eerste plaats te stellen en dan pas te zorgen voor anderen, heb ik geleerd mijn hart te volgen eerder dan te willen voldoen aan de verwachtingen van anderen, heb ik geleerd moed te tonen ondanks angst,… Deze lessen hebben gezorgd voor emotionele en geestelijke groei terwijl mijn gezondheidstoestand erop achteruit blijft gaan…
De beroemde psychiater Elisabeth Kübler-Ross schreef over de terminale patiënten die ze begeleidde het volgende in haar biografie: ‘Mijn doodzieke patiënten werden nooit beter in de fysieke betekenis, maar in emotioneel en geestelijk opzicht ging het met allemaal wél beter. In feite voelden zij zich emotioneel en geestelijk veel beter dan de meeste gezonde mensen.’
Mythe 4: Wanneer je chronisch ziek bent en je houdt je aan je dieet/ je gaat niet over je grenzen/… dan krijg je geen opstoten meer, heb je een stabiel niveau van functioneren.
Hoewel het uiteraard helpend is je voeding aan te passen, je grenzen te respecteren (die veel lager liggen dan bij gezonde mensen) en binnen jouw grenzen aan beweging te doen, de natuur regelmatig op te zoeken,… hoewel dit alles ervoor zorgt dat je een redelijke levenskwaliteit behoudt ondanks je ziekte, kan je er geen opstoot mee voorkomen. Opstoten en progressie van een chronische ziekte, zijn vaak onvoorspelbaar.
Deze mythe hangt samen met de mythe over de maakbaarheid van gezondheid. Ook de progressie van een ziekte heb je niet in de hand. In sommige periodes waarin de ziekte heftig toeslaat, kan een zieke best gewoon aanvaarden dat alles op nog een lager pitje staat en afwachten hoe het evolueert. Zorg en steun van anderen zijn in zo’n periodes onontbeerlijk.
Bij elke opstoot die ik vroeger kreeg vroeg ik me af ‘ben ik over mijn grenzen gegaan? Heb ik iets gegeten waarvoor ik intolerant ben? Had ik meer yoga (een milde vorm waarbij ik rekening houd met mijn grenzen) moeten doen?’ Dit zorgde telkens bovenop de hevige pijn ook voor schuldgevoelens en schaamte. Nu aanvaard ik het wanneer ik een opstoot heb en probeer mezelf geen verwijten te maken maar mezelf troostend toe te spreken. Ik laat even alles liggen en neem voldoende rust voor ik weer naar een stabiel niveau van functioneren kan gaan binnen mijn lichamelijke grenzen.

Mythe 5: Als je in het zwart kan werken, ben je niet echt ziek.
Voor het weerleggen van deze mythe verwijs ik graag naar volgende link: http://www.dewereldmorgen.be/blog/sarahbraekman/2016/05/19/langdurig-zieken-betrapt-of-eindelijk-gezien 

Je kan ook mijn reactie lezen op het artikel van Sarah Braekman.

Laat ons aub stoppen deze mythes in stand te houden en zieke mensen ter verantwoording te roepen. Laat ons hen begeleiden naar een leven met een goede levenskwaliteit waar bijvoorbeeld ook plaats is voor aangepast werk (op het juiste niveau) binnen de grenzen van het haalbare. Chronisch zieken willen, net als iedereen, een volwaardig lid zijn van de maatschappij en kunnen op hun manier een meerwaarde betekenen voor de samenleving (zij het vaak geen economische). Voor psychiater Elisabeth Kübler-Ross waren haar terminale patiënten en aidspatiënten haar grootste leermeesters. Als ze niet vanuit haar hart naar hen had geluisterd, dan had ze nooit de fasen van rouwverwerking kunnen beschrijven en zou ze zich niet met hart en ziel hebben ingezet voor meer menselijkheid in de psychiatrie en in ziekenhuizen.
Sommige chronisch zieken staan anders in het leven en kunnen ons leren te genieten van de kleine dingen, tevreden te zijn met weinig. Ze kunnen ons leren ons niet druk te maken over onbenulligheden. Ze kunnen ons leren dat het met minder ook kan en dat liefde en zorgen voor elkaar het hoogste goed is. Als je je maar voor hen openstelt, hen niet veroordeelt en soms gewoon aanwezig bent…

Aangeslagen door de aanslagen

Dit gedichtje schreef ik vorige week na de aanslagen in Brussel.

Aangeslagen door de aanslagen.
Verdrietig om zoveel menselijk leed.
Verslagenheid kleurt nu de dagen.
Onbegrip voor al wie dit deed.

Wezenloos blijven we achter.
Angstig voor de toekomst van ons kind.
Onze harten worden nog zachter
voor al wie dagelijks blind geweld ondervindt.

Hoop en liefde zijn een tegenkracht.
In verbondenheid tonen we moed.
Nee, de haat krijgt ons niet in zijn macht
want de intenties van velen zijn goed.

Dat solidariteit geen grenzen kent,
geen kleur, geen gender, geen geloof,
biedt je hoop als je troosteloos bent,
en dicht zelfs de meest diepe kloof.

Dankbaar voor zoveel goede zorgen
van politie, hulpverleners, leger en brandweer.
Vertrouwen in de wereld van morgen
ook al doen onze harten nog zeer.