Gevoelige keuzes

Gevoelige keuzes

Zullen we een huis kopen of huren? Welke school kiezen we voor ons kind? Kies ik in de supermarkt voor een gele, een oranje, een groene of een rode paprika? Welke kleren zal ik aantrekken vandaag? Wil ik deze job nog doen of zal ik opnieuw een opleiding gaan volgen? Kleine en grote keuzes kunnen ons dagelijks functioneren soms danig in de war sturen. Zeker voor hooggevoeligen is het maken van keuzes niet altijd een pretje. Toch zijn er manieren om op een gezonde manier beslissingen te nemen.

Meerkeuzemaatschappij en keuzestress

We leven in een meerkeuzemaatschappij. Het lijkt wel alsof we voortdurend moeten kiezen uit tal van mogelijkheden en opties. Het aantal te nemen beslissingen is dan ook sterk toegenomen. Het gevolg hiervan is dat veel mensen kampen met ‘keuzestress’. Wikipedia omschrijft keuzestress als een vorm van stress die veroorzaakt wordt doordat iemand overspoeld wordt met info die overwogen moet worden om een ‘goede’ keuze te kunnen maken. Niet alleen de complexiteit van de keuze speelt mee, ook het enorm aantal toegenomen keuzes in de laat moderne samenleving is een belangrijke oorzaak van keuzestress. Daarnaast hebben vele vaste denkkaders, tradities en voorgeschreven leefregels van weleer hun invloed deels verloren en ordenen ze in veel mindere mate onze dagelijkse keuzes.

In het tijdschrift Libelle las ik onlangs het volgende. De Amerikaanse onderzoekster Sheena Iyengar ondernam een experiment met twee groepen kleuters. De ene groep gaf ze een berg speelgoed, de kinderen in de andere groep kregen elk één stukje speelgoed om mee te spelen. Ze ging ervan uit dat kinderen enthousiaster zijn als ze mogen kiezen. Maar de resultaten van het onderzoek weerlegden haar veronderstelling. De groep die veel speelgoed had, draaide besluiteloos rond, terwijl de andere kinderen wel meteen aan de slag gingen. Iyengar dacht dat ze een fout gemaakt had en deed een tweede test met meer speelgoed. En een derde, met nog meer speelgoed. De kinderen reageerden alleen maar slechter: hoe meer keuze, des te lustelozer ze door de klas liepen.

In een volgend experiment stelde ze bij de ingang van een delicatessezaak een tafeltje op met zes confituursoorten die klanten konden proeven. Wat later werd het assortiment uitgebreid naar 24 soorten. Al snel werd duidelijk dat klanten die veel keuze hadden, wel langer talmden in de gang waar de confituur stond maar nauwelijks iets kochten. De groep die een beperkte keuze had, deed dat wel. Dit experiment is ondertussen beroemd omdat het aantoonde dat mensen wel van keuzes houden, maar dat er grenzen zijn aan wat we aankunnen. Een overaanbod brengt ons niet alleen van de wijs, maar maakt ons zelfs minder gelukkig. Mensen zijn immers geneigd te piekeren over wat ze allemaal niet kiezen, waardoor ze uiteindelijk minder gelukkig zijn over de keuzes die ze wel hebben gemaakt.

Hooggevoeligen en keuzes maken

Wij hooggevoeligen zijn vaak perfectionistisch en hebben vaak een sterke controledrang. Het gevolg hiervan is dat we moeilijk keuzes kunnen maken. Hoe meer je van jezelf verlangt om altijd de juiste keuzes te maken, hoe meer je wilt controleren en in de hand hebben hoe je leven verloopt, hoe lastiger het wordt om een beslissing te nemen. Hooggevoeligen springen dan ook vaak niet lichtzinnig om met het maken van een bepaalde keuze.

We zullen wikken en wegen en hebben een enorme angst om de verkeerde keuze te maken. Dit kan ervoor zorgen dat we simpelweg niet kunnen kiezen en een beslissing soms uitstellen. Omdat we keuzes vaak als levensbepalend zien, kunnen we moeilijk loslaten eens we een bepaalde keuze gemaakt hebben. Bovendien kampen we vaak met spijt- en schuldgevoelens en gaan we onszelf vaak verwijten dat we de verkeerde keuze gemaakt hebben.

 

Maar moeite hebben met keuzes maken is niet per definitie slecht. Het kan zelfs heel goed zijn om lang te wikken en wegen vooraleer je een beslissing neemt. Op die manier neem je vaak een weloverwogen en doordachte beslissing. Je wordt ook behoed voor het nemen van impulsieve beslissingen die schadelijke gevolgen kunnen hebben.

Het is natuurlijk de kunst om niet te overdrijven met het wikken en wegen want dat kan wel eens verlammend werken. Geen nood, ook dan zijn er heel wat hulpmiddelen om tot een beslissing te komen.

Hieronder volgen een aantal tips voor al wie voor een moeilijke keuze staat:

  • Probeer om niet vanuit een bepaalde emotie een beslissing te nemen. Probeer de keuze te maken op een moment dat je ontspannen bent en niet gekweld wordt door angst, kwaadheid of verdriet. Wanneer een keuze overschaduwd wordt door een negatieve emotie, neem dan even afstand, zorg ervoor dat je er even niet meer mee bezig bent. Ga even iets anders doen, bijv. sporten, wandelen in de natuur, lezen, mediteren, je emotie van je afschrijven,… Je zal merken dat je daarna met een frisse blik kan terugkomen op de te maken keuze.
  • Als hooggevoelige is het heel belangrijk je agenda niet vol te plannen en voldoende rustmomenten in te bouwen. Pas dan kan je een keuze maken die aansluit bij wat je diep vanbinnen wil. Neem voldoende tijd voor het nemen van een belangrijke beslissing.
  • Probeer je uiteindelijke doel steeds voor ogen te houden.
  • Vraag raad aan mensen die je kan vertrouwen.
  • Maak een lijstje met voors en tegens.
  • Probeer om in gedachten de keuze te maken en stel je gedetailleerd voor hoe het zou zijn om die bepaalde keuze te maken. Luister heel eerlijk naar het gevoel dat je krijgt bij deze voorstelling. De keuze die voor jou het beste is, geeft je meestal een gevoel van innerlijke rust. De keuze die niet geschikt is, levert eerder een gevoel van spanning op.
  • Let ervoor op dat je een beslissing niet louter neemt om te voldoen aan de verwachtingen van anderen.

Omdat een genomen beslissing bij hooggevoeligen vaak nog lang blijft nazinderen (Heb ik nu wel de juiste keuze gemaakt? Had ik toch niet beter voor de andere optie gekozen?…), volgen hier enkele tips die je kunnen helpen met loslaten:

  • Mindfulness kan je helpen om te aanvaarden wat is. Het helpt je ook om in te zien dat je niet verantwoordelijk bent voor alles wat je overkomt, dat het leven bestaat uit goede en slechte tijden ongeacht de keuzes die je maakt. Het helpt je om te beseffen dat de perfecte optie niet bestaat.
  • Maak een lijstje met alle redenen waarom je een bepaalde beslissing genomen hebt. Dit lijstje kan je dan telkens opnieuw bekijken wanneer gevoelens van schuld of spijt met betrekking tot deze keuze de kop op steken.
  • Onthoud dat het hebben van succes of geluk niet volledig afhangt van de keuzes die je maakt!

Uit het artikel ‘Gevoelige keuzes’ dat ik enkele jaren geleden schreef voor de Nieuwsbrief van HSP Vlaanderen.

Advertenties

Waarom mediteren?

Dagelijks mediteren is een gewoonte die voor veel mensen, ook voor mezelf, heilzaam is. Dit heeft verschillende redenen:

1. Mediteren biedt je de mogelijkheid om vanuit de positie van toeschouwer jouw eigen gedachten, gevoelens en lichamelijke sensaties te aanschouwen en te aanvaarden zonder erin meegesleurd te worden.

2. Door te mediteren kan frustratie (omdat je de dingen anders wil dan ze nu zijn) omgezet worden in appreciatie. Je krijgt meer oog voor de kleine momentjes van geluk. Je leert bepaalde vanzelfsprekendheden opnieuw waarderen.

3. Mediteren zorgt voor een verschuiving van denken naar voelen. In plaats van een gevoel te gaan analyseren, erover na te denken en te piekeren, geef je er volledige ruimte aan en voel je het in je lichaam zonder oordeel.

4. Mediteren brengt je van ‘doen’ naar ‘zijn’, van automatische piloot naar beginnersgeest. Terwijl jouw gedachten in het drukke doen vaak naar het verleden en de toekomst gaan, brengt meditatie de geest in het hier en nu, ben je opmerkzaam voor wat hier en nu aanwezig is. Door aandacht te geven aan de geuren, kleuren, geluiden rondom jou zonder er een betekenis aan te geven, kom je in contact met de beginnersgeest en komt er ruimte voor verwondering.

5. Regelmatig mediteren zorgt ervoor dat je inzicht krijgt in bepaalde gewoontepatronen. Deze bewustwording geeft je de kans om bepaalde patronen te doorbreken.

6. Regelmatig mediteren helpt je om evenwichtiger te communiceren en om vaker jouw waarheid te spreken.

7. Als je regelmatig mediteert, krijg je de vaardigheid onder de knie om zowel positieve als negatieve emoties te aanvaarden, om zowel aangename als onaangename lichamelijke sensaties te omarmen en om zowel positieve als negatieve gedachten in jouw hart te sluiten.

8. Mediteren geeft je de kans om jouw dieper liggende behoeften te leren kennen en eraan tegemoet te komen.

9. Door te mediteren leer je jouw specifieke signalen van stress en sombere stemming sneller op te merken. Dit geeft je de mogelijkheid om sneller een heilzame actie te ondernemen.

10. Meditatie brengt je in contact met én de kracht in jezelf én de compassie in jezelf. Het combineert duidelijke grenzen stellen en opkomen voor jezelf met mededogen voor jezelf en anderen.

11. Regelmatig mediteren verhoogt jouw draagkracht en veerkracht.

chronisch ziek worden: een rouwproces.

Aline Serverius. Klinisch psycholoog en mindfulnesstrainer.

http://www.praktijkdeberg.be

Wanneer je chronisch ziek wordt, ga je door een rouwproces. Je rouwt om het verlies van je gezondheid die je altijd als vanzelfsprekend had beschouwd. Je rouwt om dat deel van jezelf dat verloren is gegaan. Je hebt het gevoel dat een deel van jezelf gestorven is en dat je afscheid moet nemen van je gezonde zelf.

Wie rouwt om het verlies van iets of iemand, zal meestal verschillende fasen doorlopen. Psychiater en stervensbegeleider Elisabeth Kübler – Ross onderscheidt volgende opeenvolgende rouwfasen: schok, ontkenning, verzet, onderhandelen, waarheid en aanvaarding.

De fase van de schok valt bij mensen die chronisch ziek zijn samen met het vernemen van de diagnose. Volgens mij gaat er echter nog een fase aan vooraf, namelijk de fase van bezorgdheid.

De stadia die ik hier schets, zijn slechts een model waarop uiteraard individuele variaties mogelijk zijn. Zo doorloopt niet iedereen alle fasen en verlopen de fasen niet bij iedereen in dezelfde volgorde. Het is dus een theoretisch model, maar ik denk dat velen zich er wel in zullen herkennen.

Fase één: bezorgdheid

 Wanneer je voortdurend ergens pijn ervaart, ga je in eerste instantie naar de dokter in de hoop dat die je zal genezen. Wanneer je merkt dat de medicijnen die de dokter heeft voorgeschreven geen verlichting van de symptomen met zich meebrengen, begin je je zorgen te maken en bekruipt je de angst dat er iets heel ergs met je aan de hand is. De lange zoektocht naar erkenning en naar het verkrijgen van een diagnose kan beginnen.

Tips:

  • Ga naar een dokter die tijd neemt om naar jouw verhaal te luisteren en jouw klachten au sérieux neemt.
  • Praat met anderen over jouw bezorgdheid.
  • Laat je niet afwimpelen door een dokter die beweert dat het ‘in je hoofd’ zit.

Fase twee: schok en opluchting

 Sommige mensen met chronische pijn krijgen een diagnose, andere niet. Voor sommige chronische ziektes bestaan adequate behandelingen, voor andere echter niet. Het rouwproces zal in elk van deze gevallen verschillend verlopen.

Wanneer er een diagnose wordt gesteld, is dit voor mensen met chronische lichamelijke klachten een donderslag bij heldere hemel. Te horen krijgen dat je nooit meer zal genezen is een enorme schok. Anderzijds biedt de diagnose toch ook opluchting omdat men nu eindelijk weet wat er aan de hand is. Ook de naaste omgeving van de persoon is nu op de hoogte van de ziekte en kan zich erover informeren.

Wanneer er een adequate behandeling bestaat voor de chronische ziekte die werd gediagnosticeerd, kan het in eerste instantie een opluchting zijn dat de oorzaak van de ziekte gekend is en dat men die kan aanpakken. Een behandeling kan echter voor bijwerkingen zorgen en ondanks het volgen van het behandelingsplan kunnen er toch ook complicaties optreden. Dat kan zorgen voor ontmoediging, ontkenning en verzet, voor het minder strikt opvolgen van het behandelingsplan enz. Op die manier kan men in een volgende fase van het rouwproces terecht komen.

Voor sommige chronische ziektes bestaat geen adequate behandeling (zelf behoor ik tot deze groep). Het is dan een grote schok te vernemen dat de behandeling een trial and error van verschillende soorten medicatie zal inhouden, dat de oorzaak van de ziekte niet gekend is, dat specialisten het onderling niet eens zijn over de behandelmethode en soms zelfs tegenstrijdig advies geven, dat de pijn niet (volledig) kan weggenomen worden… Dit kan mensen in één van de volgende fasen van het rouwproces brengen.

Sommige mensen met chronische pijn krijgen geen sluitende diagnose. Bij hen luidt de diagnose ‘chronische pijn’. Het is een schok te horen dat de behandeling enkel symptoombestrijdend maar niet genezend is, dat de pijn nooit meer volledig zal verdwijnen,… Het kan wel een opluchting zijn dat er erkenning komt voor de lichamelijke pijn. Soms helpt medicatie tijdelijk en dan weer niet meer. Het proces van rouw om het verlies van het gezonde zelf wordt verder gezet.

Tips:

  • Vraag aan iemand waarmee je een goede band hebt om je te vergezellen naar de dokter of het ziekenhuis wanneer de resultaten van onderzoek aan je meegedeeld zullen worden.
  • Heb je na het horen van de diagnose nog vragen, aarzel dan niet om ze aan de dokter, lotgenoten, … te stellen.
  • Heb je het gevoel dat er nog steeds geen erkenning is voor jouw klachten, ga dan eens langs bij een andere dokter.

Fase drie: ontkenning

 Het gebeurt dat mensen op de vlucht gaan voor hun ziekte, dat ze zich er niet over willen informeren, niet in contact willen komen met lotgenoten en gewoon zo goed en zo kwaad als het kan willen doorgaan met hun vroegere leven. Soms negeren ze hun lichaam dat hen smeekt om het rustiger aan te gaan doen. Ze gaan door ondanks de pijn.

In deze fase speelt het gevoel van angst een heel grote rol. Angst om echt te voelen wat er zich in het lichaam afspeelt, om het leed onder ogen te zien, kan mensen ertoe brengen niets te willen weten over hun ziekte.

In periodes waarin chronisch zieken zich lichamelijk iets beter voelen, willen ze uiteraard een zo normaal mogelijk leven leiden en niet bezig zijn met hun ziekte. Het gevaar bestaat dan dat ze toch over hun eigen grenzen ga en hier de lichamelijke tol voor moet betalen met bijvoorbeeld een opstoot of extra pijn.

Een aangepast werkritme kan helpend zijn om mensen niet steeds opnieuw in deze fase terecht te laten komen. (Natuurlijk is een aangepast werkritme geen garantie dat er minder opstoten zullen zijn, maar wel een vereiste om een betere levenskwaliteit te kunnen hebben).

Tips:

  • Hou rekening met jouw grenzen en beperkingen. Probeer te aanvaarden dat jouw grenzen lager liggen dan die van anderen.
  • Lees inspirerende verhalen van lotgenoten die een hoopgevende boodschap hebben en jou tips kunnen geven of zoek contact met hen.

Fase vier: verzet

 Wanneer het tot mensen begint door te dringen dat ze werkelijk een chronische aandoening hebben, kunnen ze heel kwaad worden. Ze zijn kwaad omwille van het vermeende onrecht dat hen wordt aangedaan. Ze kunnen ook kwaad zijn op andere mensen die wel gezond zijn. Deze kwaadheid heeft veel met onmacht te maken. Door de kwaadheid kunnen mensen met chronische pijn erg geïsoleerd raken en in een vicieuze cirkel van onbegrip terecht komen.

Het is dus zo dat men in deze fase datgene wat men verlangt namelijk steun, begrip, liefde niet krijgt omdat men kwaad is in plaats van dat men het onderliggende verdriet kan tonen. Dit kan heel vernietigend werken, zowel voor de persoon zelf als voor de relaties die de persoon heeft.

 Tips:

  • Heb oog voor de steun die anderen willen bieden ookal doen ze dat niet op de manier die jij zou willen.
  • Maak aan anderen duidelijk hoe ze jou precies kunnen helpen. Maak dit zo concreet mogelijk. Vraag hulp, maar dwing geen hulp af.
  • Wees dankbaar voor de hulp die je krijgt en laat dit ook merken.

Fase vijf: onderhandelen

 Wanneer de kwaadheid is overgewaaid, kan er een heel sterke innerlijke wil ontstaan om te gaan zoeken naar mogelijke oplossingen voor het ‘probleem’. Men probeert verschillende dokters uit, leest boeken over de ziekte of over genezing, probeert alternatieve geneeswijzen uit,… Men hoopt op volledige genezing.

De uitdaging in deze fase is de focus verleggen van het zoeken naar manieren om te genezen naar het zoeken van manieren om de pijn zo draaglijk mogelijk te maken.

Hier kan natuurlijk de vraag gesteld worden of het dan altijd zo onrealistisch is om te geloven dat de ziekte overwonnen kan worden. Ik denk persoonlijk dat het in sommige gevallen van chronische ziekte en pijn wel de moeite waard is om te blijven geloven dat er ooit een effectieve behandeling zal gevonden worden. De oorzaak van vele chronische ziekten is immers tot op heden vaak nog onbekend, maar door onderzoek en samenwerking tussen verschillende disciplines (niet alleen binnen de reguliere geneeskunde, maar ook tussen de reguliere en alternatieve geneeskunde) kan men misschien wel een adequate behandelingsmethode ontdekken voor sommige chronische ziektes die met pijn gepaard gaan.

Tips:

  • Ga op zoek naar professionelen (dit kan zowel binnen het reguliere als binnen het alternatieve circuit zijn) die jou kunnen helpen om jouw lichamelijk lijden te verzachten.
  • Ga na wat je zelf kan doen om de pijn te verzachten: jouw voedingspatroon aanpassen, bewegingsoefeningen doen, op tijd gaan slapen,…

Fase zes: waarheid

 Men heeft gezocht naar oplossingen om te genezen en heeft deze niet gevonden. Men heeft misschien wel manieren gevonden om de pijn draaglijk te houden en heeft misschien een aangepast werkritme gevonden. De waarheid moet nu onder ogen gezien worden. De ziekte is er en zal niet zomaar verdwijnen. Deze vaststelling brengt gevoelens van wanhoop en depressie met zich mee. Gedachten als ‘Het heeft geen zin meer om verder te leven op deze manier’ en ‘Ik geef het op, het hoeft allemaal niet meer’ en ‘Ik ben nog liever dood dan voor de rest van mijn leven met deze pijn opgezadeld te zitten’ zijn in deze fase niet vreemd. Men ziet geen uitweg meer, voelt zich opgesloten in de situatie, stelt zich grote vragen bij de zin van het leven.

Ook onbegrip en ongeloof van de omgeving kunnen iemand in een hele diepe put duwen. De eigenwaarde kan hierdoor behoorlijk worden aangetast.

Tips:

  • Wat kan helpen om je niet te laten overmannen door wanhoop en uitzichtloosheid, is het beoefenen van mindfulness, het lezen van inspirerende verhalen en het praten met lotgenoten.
  • Wanneer de pijn draaglijker is, doe dan iets wat je leuk vindt.
  • Stel duidelijke grenzen naar kwetsend gedrag van anderen toe met betrekking tot jouw ziekte.
  • Blijf altijd beseffen dat je niet de enige bent met een chronische ziekte en pijn.
  • Zoek professionele hulp wanneer je er alleen niet uit geraakt.

Fase zeven: aanvaarding

 Kan men pijn of ongemak dat nooit weggaat volledig aanvaarden? Is men in staat te leren leven met de beperkingen die door de pijn worden veroorzaakt? Het hangt ervan af wat je onder ‘aanvaarden’ verstaat.

Aanvaarding betekent niet enkel nog maar positieve gedachten en gevoelens hebben tegenover de ziekte en pijn en de vorige fasen volledig achter je laten. Aanvaarding betekent wel aanvaarden dat zowel positieve als negatieve emoties er zijn, dat er betere en slechtere periodes zijn,… Wanneer emoties zoals kwaadheid en verdriet er mogen zijn, zullen deze sneller verdwijnen dan wanneer men zich ertegen verzet en ze met man en macht tracht te vermijden.

Aanvaarden is ook de angst omarmen die ontstaat wanneer er weer nieuwe symptomen optreden en je weer terug in de fase van bezorgdheid terecht komt. Het is aanvaarden dat je af en toe terug in één van de vorige fasen uit het rouwproces terechtkomt.

Aanvaarden is kunnen genieten van de momenten waarop de pijn draaglijk is. Het is ook de identificatie met je ziekte loslaten, je eigenwaarde terugvinden en terug durven zijn wie je werkelijk bent, weliswaar met beperkingen.

Een favoriete boeddhistische spreuk van mij is

‘De zee van droefenis strekt zich uit tot in het oneindige. Maar keer u om, aan uw voeten ligt de veilige kust.’ (Deze spreuk vermeldt Lulu Wang in haar boek ‘Het lelietheater’).

M.a.w. Staar je niet blind op alles wat je niet meer kan, op alle beperkingen, maar probeer te kijken naar wat je wel nog kan en zoveel mogelijk te genieten van de mooie momenten die het leven te bieden heeft.

Tip:

  • Aanvaarding is niet hetzelfde als passief en gelaten je lot ondergaan! Opkomen voor jezelf, grenzen stellen, schuldgevoelens niet de bovenhand laten halen en hulp vragen indien nodig, dragen allemaal bij tot het proces van aanvaarding.
  • Ook om tot aanvaarding te komen van hoe de situatie nu is, kan mindfulness een grote hulp zijn.
  • Hoe mindfulness je kan helpen bij het omgaan met chronische pijn, kan je lezen in de beschrijving van de driedelige reeks ‘mindful omgaan met chronische pijn’ op mijn website http://www.praktijkdeberg.be.

Veel sterkte!

Boosheid en vergeving (deel 2)

Zoals ik lange tijd geleden schreef, is vergeving vaak een proces van lange adem. Vaak hebben we wel de intentie om te vergeven, maar blijven we toch verbitterd.

Vergeven wil alvast niet zeggen dat je de pijn en de kwetsuur in jezelf ontkent of dat je het gedrag van de ander goedpraat.

Grenzen stellen aan het kwetsend gedrag van de ander, opkomen voor jezelf en indien nodig afstand nemen, is vaak een eerste en noodzakelijke stap om tot vergeving te kunnen komen (zie deel 1 van dit bericht). Eerst en vooral komt het er dus op neer dat je ervoor zorgt dat de persoon die je wil vergeven jou en/of anderen geen schade meer kan berokkenen!

Sommige mensen vragen zich af waarom ze iemand zouden vergeven. Hier zijn een aantal redenen:

  • Als je iemand vergeeft, zorg je ervoor dat het verleden je niet langer in zijn greep heeft. Zo zorg je ervoor dat wat je hebt meegemaakt jouw heden niet  langer bepaalt.
  • Als je iemand vergeeft, verliest die persoon de macht over jou. Zolang je verbitterd bent en wrok koestert, blijft de ander een grote invloed uitoefenen op jou en op jouw gedrag. Vergeven doe je dus in de eerste plaats voor jezelf.
  • Als je iemand vergeeft, geef je jezelf de kans om vanuit jouw hart te leven, vanuit liefde, eerder dan vanuit angst en kwaadheid.
  • Vergeving van een ander en van jezelf zorgt ervoor dat je in je kracht kan staan en dat je niet meer in slachtofferrol blijft zitten.

Een tweede stap naar vergeving is de intentie plaatsen om te vergeven. Meditatie kan helpen om die bereidheid in jezelf te cultiveren. Voornamelijk compassiemeditaties en hartmeditaties zijn hierbij een belangrijk hulpmiddel. Op die manier kan het zaadje van vergeving geplant worden…

Jan De Cock ging voor zijn boek ‘Hotel Pardon’ langs bij mensen over de hele wereld die na een gruwelijke daad van een ander tot vergeving waren gekomen. De verhalen van deze mensen zijn stuk voor stuk inspirerend. De verhalen geven ook mooi weer dat verschillende mensen op andere manieren tot vergeving komen. Het gaat er dus om om jouw specifieke weg naar vergeving te bewandelen.

Hier even wat wijze uitspraken van mensen die door Jan De Cock werden geïnterviewd:

  • Echte vergeving is onvoorwaardelijk (dus niet afhankelijk van een verontschuldiging van de dader). Zolang je de dader jouw vergeving laat bepalen, blijf je eigenlijk zijn slachtoffer.
  • Er is geen recept voor vergeving. Soms is het de uitkomst van een lang proces, soms komt het met een vingerknip.
  • Als je de hoop laat varen dat je verleden beter wordt, sla je een weg naar bevrijding in.
  • Uiteindelijk gaat het niet om wat je meemaakt, maar om hoe je ermee omgaat. Vergeven is misschien wel het grootste geschenk dat ik mezelf gegund heb.

Als je net als ik de weg naar vergeving wilt bewandelen, wens ik je veel succes!

 

Boosheid en vergeving (deel 1)

Boosheid kan destructief zijn en breuken slaan die moeilijk te dichten zijn. Maar boosheid kan ook een constructieve kracht zijn die je helpt om op te komen voor jezelf en grenzen te stellen aan kwetsend of ongepast gedrag van anderen.

Wanneer is boosheid destructief? En hoe kan je dit ombuigen tot een constructieve kracht?

– Boosheid is destructief als je vanuit kwaadheid een andere persoon volledig afkeurt en jij-boodschappen gebruikt (bv “jij bent een nietsnut” of “jij bent gestoord”).
–> Hoe buig je dit om tot iets constructiefs?: keur enkel het kwetsende of ongepaste gedrag van de ander af en niet de hele persoon. Maak gebruik van een ik-boodschap om iets te zeggen over het gedrag van de ander.(bv “ik kan me niet concentreren als jij de televisie zo luid zet” eerder dan “jij houdt nooit rekening met mij”). Vermijd woorden als ‘altijd’ en ‘nooit’.

– Boosheid is destructief als ze eerder op jezelf dan op de ander gericht is. (bv. als ik me maar anders had gedragen, dan had die persoon misschien niet zo kwetsend gedaan)
–> Hoe buig je dit om tot een constructieve kracht? Erken dat wat de ander deed fout was (zelfs al maakte je ooit dezelfde fout of zelfs al heb je deze persoon zelf ooit gekwetst). Praat het ongepaste of kwetsende gedrag van de ander niet goed (ookal heeft die persoon misschien een moeilijke jeugd gehad). Helpend hierbij is om je eens voor te stellen wat je ervan zou vinden als de kwetsende persoon hetzelfde gedrag zou stellen naar iemand anders toe. Laat dat jouw leidraad zijn om het aan te durven op te komen voor jezelf.

– Boosheid is destructief als je alles opkropt en steeds maar doet alsof er geen vuiltje aan de lucht is. Het nadeel hiervan is dat de ander niet weet dat zijn of haar gedrag voor jou kwetsend is. Je geeft de ander geen kans om zich te verontschuldigen of ander gedrag te stellen.
–> Hoe buig je dit om tot een constructieve kracht? Maak gebruik van een ik-boodschap om iets te zeggen over het gedrag van de ander.

Een belangrijke kanttekening hierbij:

Indien je regelmatig op een constructieve manier hebt duidelijk gemaakt aan iemand dat bepaald gedrag voor jou kwetsend is en deze persoon houdt er nog steeds geen rekening mee, trek daar dan jouw conclusies uit! Soms is het nodig om afstand te nemen (dit is bijvoorbeeld het geval wanneer er sprake is van mishandeling).

Hoe kan je op een mindfulle manier omgaan met boosheid?
Mediteren helpt je om boosheid te aanvaarden, ze toe te laten als deel van jouw ervaring. Dit doe je door de emotie te voelen in jouw lichaam en er ruimte aan te geven. Mediteren helpt je om het gevoel van boosheid niet te veroordelen, het bestaansrecht te geven, het te doorvoelen en nadien bewust te antwoorden op een situatie eerder dan impulsief vanuit boosheid te reageren. Mediteren helpt je om een constructieve actie te koppelen aan jouw boosheid en dus op te komen voor jezelf en grenzen te stellen.

Dit is een eerste en noodzakelijke stap om tot vergeving te kunnen komen.

Soms geeft jouw boosheid ook een duidelijke behoefte weer.
Mijn behoefte is een diepe verbondenheid ervaren met mensen die diepgang, authenticiteit en oprechtheid appreciëren en die net als ik de keuze maken te leven vanuit hun hart.

Mijn visie op cvs (ik ondersteun de visie van www.stopdediagnosecvs.be)

Elf jaar geleden brak voor mij een periode aan die mijn leven voorgoed veranderde. Ik had een blaasontsteking die na twee antibioticakuren niet genezen was. Na een lange lijdensweg van doktersbezoeken en pijnlijke onderzoeken kreeg ik de diagnose ‘interstitiële cystitis’ of ‘chronisch blaaspijnsyndroom’.

Het rouwproces om het verlies van mijn gezondheid (zie https://praktijkdeberg.wordpress.com/2015/11/01/chronisch-ziek-worden-een-rouwproces-3/) ging van start. Uiteindelijk leerde ik leven met de chronische pijn en de beperkingen die de ziekte met zich meebrengt.

Na een aantal jaren bleek de interstitiële cystitis slechts het begin van het verhaal te zijn. Ik kreeg andere klachten. Xeroftalmie (pijnlijke, droge ogen) werd door een oogarts vastgesteld. Een lekkende darm werd gediagnosticeerd, alsook lactose-intolerantie. Daarna kwamen er ook nog andere voedselintoleranties bij, bekkenpijn, rugpijn, oorpijn, droge mond, enz enz. Hoewel deze symptomen bij het merendeel van mensen die deze blaasaandoening hebben voorkomen en deze evolutie in klachten door een Nederlandse uroloog als de gangbare evolutie bij IC wordt omschreven; hoewel al deze symptomen kunnen kaderen binnen het syndroom van Sjögren dat vaak samengaat met IC, kreeg ik toch in eerste instantie ten onrechte de bijkomende diagnose CVS. Mondeling werd mij meegedeeld dat interstitiële cystitis en xeroftalmie wel atypisch zijn voor CVS, maar dit werd niet in het verslag opgenomen. Ik voelde dit aan als een groot onrecht dat mij werd aangedaan. Pas enkele jaren later, toen ik zelf bij de inernist kwam aanzetten met een artikel over het verband tussen interstitiële cystitis en syndroom van Sjögren, werd naast het chronisch blaaspijnsyndroom ook Sjögren bevestigd.

Ik schrijf dit bericht omdat ik denk dat er veel mensen in hetzelfde schuitje zitten en onterecht de diagnose van CVS krijgen terwijl er in werkelijkheid andere lichamelijke ziekten aan de oorsprong liggen van de chronische pijn en de vermoeidheid ten gevolge van de pijn. De naam CVS doet vermoeden dat het enkel om extreme vermoeidheid gaat, terwijl het in de meeste gevallen ook gaat over chronische pijn die, als men goed zoekt, wel degelijke een lichamelijke oorzaak heeft. In die zin is CVS eigenlijk een chronische degeneratieve aandoening die, wanneer ze lichamelijk niet behandeld wordt, mensen steeds zieker maakt. Ik sluit me dan ook aan bij wat vermeld staat op de site http://www.stopdediagnosecvs.be/ en op http://www.me-gids.net/

Dit zegt professor Comhaire over de behandelingsopties:

De combinatietherapie van cognitieve gedragstherapie met graduele oefengymnastiek werd als behandeling reeds in een aantal belangrijke studies stevig onderuit gehaald. “Ze blijken niet werkzamer dan placebo en moeten dus vermeden worden”, zegt Comhaire. “Ook het toedienen van allerlei hormonen, zoals cortisone, schildklier- en groeihormoon is niet alleen totaal nutteloos, maar zelfs gevaarlijk. Hetzelfde geldt voor langdurige antibiotica-therapie wegens vermeende chronische ziekte van Lyme”
Een correcte behandeling is afgestemd op de fysiologische veranderingen die gepaard gaan met CVS en op de veroorzakende factoren. “Een langdurige behandeling met antivirale middelen blijkt in een aantal studies succesvol. Ook tijdelijke volledige immuunonderdrukking zoals na een orgaantransplantatie kan helpen, al moet de dure behandeling vaak om de zes maanden worden herhaald en is ze niet zonder risico’s.”
Verder hebben ook voedingssupplementen in combinatie met voedingsvoorschriften, vermijden van schadelijke invloeden (roken, alcohol, milieuvervuilers) en verwerven van betere stressmanagement skills een plaats in de behandeling. Aanvullend worden pijnstillers, slaapmiddelen en antidepressiva toegediend.
In Comhaire’s  praktijk blijkt ongeveer 70% van de CVS-patiënten enigszins geholpen met één of enkele van de behandelopties. “Al weze het soms slechts op bepaalde aspecten van hun aandoening. Toch wordt iedere verbetering aangevoeld als een verhoging van de levenskwaliteit.”
Hetzelfde diagnostische parcours en behandelopties staan trouwens ook open voor fibromyalgiepatiënten.

Uit: *Chronic Fatigue Syndrome (CFS) or “Systemic Immune Disorder” (SID)? Comhaire F, Devriendt G (2016)  Intern Med 6:225..doi: 10.4172/2165-8048.1000225

Uiteraard vind ik, als psycholoog, psychologische begeleiding van mensen met chronische pijn en vermoeidheid erg belangrijk. De GEVOLGEN van het hebben van chronische pijn en vermoeidheid zijn immers niet te onderschatten. Ik geloof dan ook dat psychologische begeleiding een positieve invloed heeft op de levenskwaliteit van alle zieken. Maar het is niet omdat iemand op een constructieve manier leert omgaan met zijn ziekte, omdat iemand leert om zijn beperkingen te aanvaarden en zijn grenzen niet te overschrijden, omdat iemand leert bewegen binnen zijn mogelijkheden en hierdoor de progressie van de ziekte misschien enigszins kan afzwakken, dat het dan om een louter psychosomatische ziekte zou gaan (want dit wordt helaas door sommigen nog steeds beweerd). Bij andere ziektebeelden kan psychologische begeleiding misschien hetzelfde effect hebben, maar dan gaat men de ziekte op zich niet ontkennen en plots psychosomatisch noemen. Dat doet men bij CVS wel. Op die manier leg je de verantwoordelijkheid voor genezing volledig bij de patiënt terwijl iemand nog zo hard zijn best kan doen om veranderingen in zijn leven aan te brengen en toch achteruitgang op lichamelijk vlak kan ondervinden.

Er is nood aan verder onderzoek naar de lichamelijke oorzaken van CVS. Er is nood aan een nieuwe benaming voor de ziekte (zie http://www.stopdediagnosecvs.be/). En bovenal is er nood aan een degelijke lichamelijke behandeling voor deze groep mensen die al veel te lang in de kou staat.

Stemmingsstoornissen: wat? oorzaken? gevolgen? behandeling?

praktijkdeberg

Wat is een stemmingsstoornis?

Een stemmingsstoornis uit zich op vier gebieden: het affectieve (gevoelsmatige), het gedrag, de cognitie en het lichamelijke.

Bij een depressieve stoornis bijvoorbeeld is er op affectief vlak sprake van een depressieve stemming, zwaar verdriet, een gevoel van leegte of apathie.

Op cognitief vlak is er sprake van negatieve gedachten over zichzelf en over de toekomst.

Op lichamelijk vlak uit een depressie zich door veranderingen in eetlust, slaap en energie.

Op gebied van gedrag gaan mensen die depressief zijn zich terugtrekken van sociale activiteiten en zijn ze in het algemeen minder actief, hebben ze minder zin om dingen te ondernemen.

Welke verschillende soorten stemmingsstoornissen zijn er?

Stemmingsstoornissen omvatten:

  • Depressieve stoornissen
  • Bipolaire stoornissen (dan is er een afwisseling tussen depressieve en manische episodes)
  • Stemmingsstoornissen door een somatische (lichamelijke) aandoening
  • Stemmingsstoornissen door een middel (bv drugs, alcohol of medicatie)

Kan je aan iemand merken dat hij/zij depressief is?

Vooral…

View original post 633 woorden meer