Dit mens-zijn is een herberg

Dit mens-zijn is een herberg.

Elke morgen nieuwe gasten:
vrolijkheid, somberheid, laagheid,
even een helder moment
als onverwachte gast.

Verwelkom ze en bied allen
een gastvrij onthaal!

Ookal zijn het een hoop zorgen
die met geweld het meubilair
je huis uit smijten,
behandel toch iedere gast
met respect.

Misschien ruimt hij bij je op
en maakt hij plaats voor
iets nieuws, iets fijns.

De duistere gedachte, de schaamte,
de boosaardigheid,
treed ze lachend bij de deur
tegemoet
en nodig hen uit binnen te komen.

Wees dankbaar voor al wie komt,
want ieder van hen is gestuurd
als een gids uit het onbekende.

Jalal Al-Din Roemi
(naar de Engelse vertaling uit The Essential Rumi door Coleman Barks, 1999)

Advertenties

Kwetsbaarheid en kracht

Kwetsbaarheid en kracht.

Ben ik sterk als ik leeg ben en moe
en ik geef er niet aan toe?

Ben ik sterk als ik doorloop tot ik val
in een diep en donker dal?

Ben ik sterk als ik mijn schaduw bedek,
houd ik dan niemand voor de gek?

Ben ik sterk als ik voor mezelf vlucht
maakt dat mij vrij en opgelucht?

Ben ik zwak als ik kan luisteren
naar wat ik mijn lichaam hoor fluisteren?

Ben ik zwak als ik door het diepe moet gaan
tot ik opnieuw weer verder kan gaan?

Ben ik zwak als ik durf toe te geven
dat ik fouten maak in mijn leven?

Ben ik zwak als ik even wil leunen
en aan iemand vraag om mij te steunen?

Ben ik zwak als ik mijzelf in al mijn kwetsbaarheid laat zien
of is dat nu juist sterk misschien?

Zwak, sterk, het hoort bij elkaar,
zonder zwakte is sterk zijn nooit daar.

Deze tekst werd voorgelezen tijdens een viering van La Verna vzw.

Boekentip: De kracht van kwetsbaarheid. Brené Brown.

Chronisch ziek worden: een rouwproces

praktijkdeberg

Aline Serverius. Klinisch psycholoog en mindfulnesstrainer.

http://www.praktijkdeberg.be

Wanneer je chronisch ziek wordt, ga je door een rouwproces. Je rouwt om het verlies van je gezondheid die je altijd als vanzelfsprekend had beschouwd. Je rouwt om dat deel van jezelf dat verloren is gegaan. Je hebt het gevoel dat een deel van jezelf gestorven is en dat je afscheid moet nemen van je gezonde zelf.

Wie rouwt om het verlies van iets of iemand, zal meestal verschillende fasen doorlopen. Psychiater en stervensbegeleider Elisabeth Kübler – Ross onderscheidt volgende opeenvolgende rouwfasen: schok, ontkenning, verzet, onderhandelen, waarheid en aanvaarding.

De fase van de schok valt bij mensen die chronisch ziek zijn samen met het vernemen van de diagnose. Volgens mij gaat er echter nog een fase aan vooraf, namelijk de fase van bezorgdheid.

De stadia die ik hier schets, zijn slechts een model waarop uiteraard individuele variaties mogelijk zijn. Zo doorloopt niet iedereen…

View original post 1.812 woorden meer

Mijn verhaal

Mijn verhaal

Tien jaar geleden kreeg ik een pijnlijke blaasontsteking die maar niet wou verdwijnen. Na twee antibioticakuren waren de bacteriën uit mijn urine verdwenen, maar bleven de klachten die bij een blaasontsteking horen (een voortdurende plasdrang ook direct na het plassen, vaak plassen, een brandende urinebuis, een verstoorde nachtrust door de nachtelijke toiletbezoeken,…) aanhouden. Toen ik dit aan de dokter vertelde, geloofde ze me niet. Het ongeloof en onbegrip maakten me radeloos, maar ik bleef zoeken naar een verklaring voor mijn aanhoudende klachten.

Verschillende dokters en medicatie met hevige bijwerkingen verder kreeg ik de diagnose ‘interstitiële cystitis’. Ik kon en wou niet leven met deze pijnlijke, chronische ziekte. Een wandeling maken werd plots een hele opdracht omdat er voldoende toiletgelegenheden moesten zijn onderweg. Bovendien zorgde (en zorgt) stappen voor extra pijn in de blaasstreek. De pijn is echter niet weg als ik gewoon neerzit. De pijn is simpelweg nooit weg, en dat al tien jaar lang. Door de voortdurende mictiedrang had (en heb ik vaak nog steeds) ik het gevoel uit mijn vel te springen. Ik verloor een stuk van mijn vrouwelijkheid en waardigheid door het voortdurende ongemak in deze regio.

Je moet je maar eens voorstellen dat je moet fietsen, stappen, lezen,… terwijl je het gevoel hebt naar het toilet te moeten. En dat naar het toilet gaan vooraf niet veel uithaalt. Zo was en is het voor mijn sinds de dag dat ik chronisch ziek werd. Stel je dan ook nog eens voor dat de uroloog je vertelt dat er geen adequate behandeling bestaat voor jouw ziekte omdat de oorzaak niet gekend is. Stel je dan ook nog eens voor dat er nauwelijks onderzoek wordt gedaan naar mogelijke behandelingen omdat het een zeldzame aandoening betreft en dit financieel niet rendabel genoeg is voor farmaceutische bedrijven.

Kan je geloven dat ik ontmoedigd was? Kan je geloven dat ik radeloos en wanhopig was? Kan je geloven dat ik deze ziekte niet wou, dat ik weg wou vluchten van mijn gehavend lichaam?

Hoewel ik vóór mijn ziekte regelmatig mediteerde, was ik in het begin zo kwaad op mijn lichaam dat ik er geen contact meer mee wou maken. En het moet gezegd, toen ik de draad van het mediteren weer oppikte, voelde ik me niet plotsklaps veel beter. Op een liefdevolle en niet-oordelende manier de gewaarwordingen in je lichaam observeren, is een grotere uitdaging als je constant lichamelijke pijn ervaart dan wanneer je geen pijn ervaart. Maar ik besefte al gauw dat het de enige manier was voor mij om ermee om te gaan. Kwaad zijn op je pijn veroorzaakt meer pijn. Glimlachen naar de pijn, ongeacht de intensiteit,en er vrede mee nemen, zorgt ervoor dat de pijn minder op de voorgrond komt te staan en dat er ook nog ruimte is voor vreugde en plezier.

Ik deed aan tai chi en yoga vóór ik ziek werd. De ontspanning op het einde van een yogasessie was vaak erg diepgaand en bleef lang in mijn lichaam hangen. Van zodra ik ziek werd, veranderde dit echter. Plots werd ik geconfronteerd met het feit dat volledige ontspanning voor mij niet meer mogelijk was. Ik heb moeten leren aanvaarden dat ontspannen voor mij nu betekent: ‘de delen die kunnen ontspannen ontspannen en de pijnlijke plaatsen en brandende plekken met mildheid en liefde omarmen.’ Ik hou tijdens de yogales zoveel mogelijk rekening met mijn lichamelijke grenzen en toch gebeurt het dat ik ‘s nachts na de les meer pijn heb aan mijn bekken en uitstralingspijn heb naar mijn rechter been toe. Maar ik weet dat de stijfheid die me de laatste jaren steeds meer teistert (ik sta elke dag op met een enorme pijnlijke, stijve rug en stramme spieren en gewrichten; ik voel me meestal 80 jaar oud in plaats van 35!) nog erger zou zijn als ik geen yoga zou doen om mijn lichaam toch nog zo soepel mogelijk te houden.

In de tien jaar dat ik ziek ben, ging mijn gezondheid er geleidelijk aan op achteruit. Er kwamen steeds meer klachten bij: maag- en darmproblemen, misselijkheid, stijfheid, pijnlijke spieren en gewrichten, onwillekeurige bewegingen (arm, been of romp die plots omhoog vliegen, voornamelijk bij het inslapen), xeroftalmie (droge, pijnlijke ogen en helaas ook een intolerantie voor de kunsttranen die ik daarvoor normaal gezien 8 keer per dag in mijn ogen zou moeten druppelen), eczeem, een doof en tintelend gevoel in handen en armen, bekkenpijn, rugpijn, brandende handpalmen en voetzolen, chronisch opgezwollen lymfeklieren, steeds terugkerende infecties, concentratieproblemen, vermoeidheid, hoofdpijn (naast de migraine die ik al heel mijn leven heb), premenstrueel syndroom, voedselintoleranties,…

Al deze klachten zijn in meer of mindere mate dagelijks aanwezig bovenop de blaaspijn. Elk nieuw symptoom levert weer angst op.

Er zijn momenten waarop ik wanhopig ben, kwaad ben, verdrietig. Er zijn momenten waarop ik het zou willen opgeven. Er zijn momenten waarop ik niet meer kan. Maar telkens weer strompel ik overeind en ga ik met opgeheven hoofd verder. Telkens weer is het vooral de liefde van en voor de mensen om me heen die me weer op krachten helpt komen. Gelukkig zijn er ook periodes waarin de pijn draaglijk is en ik min of meer normaal kan functioneren (als ik geen matige tot zware lichamelijke inspanningen doe). Gelukkig heb ik een aantal vrouwelijke hulpverleners om me heen die me elk op hun eigen manier helpen omgaan met mijn chronische lichamelijke klachten. En gelukkig krijg ik de kans om een luisterend oor te zijn voor andere mensen die het moeilijk hebben en om mensen in contact te brengen met meditatie.

Meditatie en yoga helpen me om mét pijn toch een gelukkig leven te hebben en dankbaar te blijven voor al het moois dat het leven te bieden heeft. Een aangepast voedingspatroon helpt om de pijn draaglijk te houden. Al deze hulpbronnen zijn echter niet genezend. Ook het volgende heb ik moeten leren: luisteren naar mijn lichaam en mezelf niet overbelasten, aanvaarden dat mijn grenzen lager liggen dan die van anderen, aanvaarden dat er periodes zijn met meer en met minder pijn, … Genieten van de dagen waarop de pijn draaglijk is, is belangrijk. Lezen, kunst, muziek, natuur, de glimlach van mijn zoontje, de steun van mensen om me heen,… het helpt om vreugde te blijven scheppen in het leven.

In het diepste van de winter

heb ik eindelijk geleerd 

dat er in mezelf 

een onoverwinbare zomer ligt. 

Albert Camus.

Angst als vriend

Ik vind het een spijtige zaak dat sommige mensen ervoor pleiten religie naar het ondankbare hokje van ‘voorbijgestreefd’ of ‘naïef’ te verwijzen.

Natuurlijk kan ik niet akkoord gaan met de misbruiken die in de naam van de Vader plaatsvonden. En natuurlijk vind ik het onterecht dat vrouwen geen priester kunnen worden of dat de Kerk zich kant tegen het homohuwelijk. Maar dat wil nog niet zeggen dat we het kind met het badwater moeten weggooien.

Binnen de verschillende religieuze strekkingen zijn er namelijk pareltjes terug te vinden;  pareltjes in de vorm van symbolische verhalen die ons iets leren over het leven.

Binnen het christendom ontwaarde ik volgende parel. Het verhaal gaat over Jezus die aanraadt om je angst niet als vijand te zien, maar hem te verwelkomen als een goede vriend. Jezus was mindful avant la lettre… 🙂 Ik ben fan van de man die ongelijkheid aankaartte en sprak over vergeving in een periode waar mensen aan een kruis genageld werden voor hun misdaden.

Jezus moedigt ons aan vrede te sluiten met de vijanden in onze ziel en ze niet te bestrijden. Hij moedigt ons aan vrede te sluiten met onze angst. Dan wordt hij onze vriend. Jezus legt deze samenhang uit in de gelijkenis van de koning met de tienduizend soldaten.

Wanneer wij met onze tienduizend soldaten, met onze wil, onze discipline, ons verstand, vechten tegen de twintigduizend soldaten van de angst, dan putten wij onszelf uit in dit gevecht. Hoe meer energie wij steken in de strijd tegen onze angst, des te groter wordt de tegenkracht die door onze angst wordt ontwikkeld. Die tegenkracht zal ons dwingen al onze energie te verspillen om muren op te bouwen, zodat de angst niet kan doordringen tot ons hart. Wij steken al onze energie in de organisatie van de verdediging en hebben vervolgens geen kracht meer om echt te kunnen leven. We zijn niet meer in staat onszelf te voelen. De muur die wij opbouwen, zal ons ook scheiden van ons eigen hart.

Jezus nodigt ons uit om vrede te sluiten met onze angst, hem een vriend te laten zijn en geen vijand. Dan hoort de kracht die in onze angst zit, bij ons. Onze angst zal ons begeleiden op onze weg. We worden er niet meer door in het nauw gedreven maar ontdekken een ruime horizon. In symbolische begrippen uit de gelijkenis van Jezus: wanneer wij van vijanden vrienden maken, dan wordt ons land veel groter. En hebben we in plaats van tienduizend nu dertigduizend soldaten tot onze beschikking. We hebben dus meer kracht dan wanneer we ons uitputten in het gevecht. De twintigduizend soldaten van onze angst zullen ons helpen om ons eigen land op te bouwen en vorm te geven. Ons leven wordt rijker en gevarieerder.

Sommige mensen zijn echter bang om vrede te sluiten met hun angst. Ze denken dat ze deze angst moeten overwinnen. Maar pas wanneer wij vrede sluiten met onze angst, zal hij een vriend worden, die ons in staat stelt om vrijer en intenser te leven.

Bron: Maak van angst je levenskracht. Anselm Grün

Vergeven

Vergeven is vaak een proces van lange adem. Soms heb je wel de intentie om te vergeven, maar word je telkens opnieuw overmand door kwaadheid.  Vergeven is niet hetzelfde als kwetsend gedrag van anderen ‘goedpraten’. Vaak gaat aan vergeven een proces van grenzen stellen en opkomen voor jezelf  vooraf. Dit is meestal een noodzakelijke stap om tot vergeving te kunnen komen.

Het is belangrijk om jezelf tijd te gunnen als je aan het proces van vergeving wil beginnen.

Vergeven is vooral iets dat je voor jezelf doet, zoals uit onderstaand tekstje blijkt:

Een voormalige concentratiekampgevangene bracht eens een bezoek aan een vriend die dezelfde beproevingen had doorstaan.

‘Heb je de nazi’s kunnen vergeven?’ vroeg hij aan zijn vriend.

‘Ja’

‘Nou, ik niet. Ik word nog steeds verteerd door haat.’

‘In dat geval’, zei de vriend vriendelijk, ‘houden ze je nog steeds gevangen.’

Uit: The spirituality of imperfection van Kurtz en Kercham.

Boekentip: Hotel Pardon van Jan de Cock.